Lange bewaarplicht voor bewijsstukken van verbouwing van de eigen woning
Redacteur: Frank Thooft | Fotograaf: BDO Geplaatst op: 22-05-2019

Lange bewaarplicht voor bewijsstukken van verbouwing van de eigen woning

Als u een huis koopt om daar zelf duurzaam in te wonen (fiscaal spreken we dan van een eigen woning) en u sluit daarvoor een lening af, is de rente over die lening in principe aftrekbaar. Dat geldt ook voor de rente over een lening ter financiering van de kosten van een verbouwing van de bestaande eigen woning, met dien verstande dat de wet voorschrijft, dat deze kosten kunnen worden gestaafd met 'schriftelijke bescheiden'.

Hoewel particulieren geen fiscale bewaarplicht hebben (in tegenstelling tot ondernemers, voor wie een bewaarplicht geldt van zeven jaar), geldt dus een uitzondering voor bewijsstukken van de (met een lening gefinancierde) kosten van de verbouwing (of groot onderhoud) van de eigen woning.

De vraag is hoelang een particulier dergelijke bescheiden moet bewaren. Dat is namelijk niet in de wet geregeld. Onlangs heeft de Hoge Raad deze vraag beantwoord. Het komt erop neer dat je de bescheiden moet bewaren tot (ruim) vijf jaar nadat de woning is verkocht, of, als dat eerder is, nadat de lening is afgelost(!).

In de casus waarover de Hoge Raad zich uitsprak, ging het om iemand die in 2007 een lening van bijna een ton had afgesloten. De lening was aangegaan voor de verbouwing van zijn eigen woning, aldus de betreffende belastingplichtige. De eerste drie jaren (2007-2009) werd de renteaftrek stilzwijgend geaccepteerd. Bij het beoordelen van de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2010, vroeg de inspecteur alsnog om stukken waaruit blijkt dat de lening is gebruikt voor de verbouwing. De belastingplichtige beschikte echter niet (meer) over deze stukken. Daarom schrapte de inspecteur vanaf 2010 de renteaftrek.

Uiteindelijk kwam de zaak bij de Hoge Raad. Deze gaf de inspecteur gelijk. De motivering hiervoor luidt dat de wet niet bepaalt, dat de schriftelijke bescheiden als hiervoor bedoeld, binnen een bepaalde termijn moeten worden opgevraagd.

Met andere woorden, zolang er nog renteaftrek wordt geclaimd over een verbouwingslening, moeten de bewijsstukken van de verbouwing worden bewaard. Dat geldt ook als de verbouwing meer dan vijf jaar geleden (de wettelijke navorderingstermijn) heeft plaatsgevonden. Als een verbouwing bijvoorbeeld in 2010 plaatsvindt en over de lening die hiervoor is afgesloten, wordt in 2020 nog rente afgetrokken, mag de inspecteur bij de aanslagregeling over 2020 nog om bewijsstukken van de verbouwing vragen. Dat de renteaftrek gedurende de jaren 2010 tot en met 2019 is geaccepteerd, maakt dat niet anders – tenzij de inspecteur de aftrek daarbij expliciet aan de orde heeft gesteld. Wel heeft de inspecteur uiteraard “maar” vijf jaar de tijd om de aanslag over (in mijn voorbeeld) 2020 te regelen, dus tot 2026. Maar als hij te laat is, kan de inspecteur bij de aanslagregeling 2021 alsnog om de bewijsstukken vragen, ervan uitgaande dat ook in dat jaar nog rente wordt afgetrokken. Als deze stukken er niet blijken te zijn, kan de renteaftrek vanaf 2021 worden geschrapt.

Conclusie: heeft u uw woning verbouwd via een lening, gooit u de bewijsstukken van de (betaling van de) verbouwingskosten dan niet te vroeg weg.

Dit artikel is geschreven door mr. Bas Wissing, belastingadviseur bij BDO in Arnhem. Hij is bereikbaar op 026 – 3 525 408; e-mail: bas.wissing@bdo.nl.

Auteur Geschreven door:
Foto's Fotografie door:

BDO

Agenda Activiteiten

26 sep

02:25
Locatie: Retiro

SJOA ledenborrel

10 sep

02:25
Locatie: zalencentrum Staring in Zevenaar

Bedrijvenmarkt Zevenaar